Home > Relatietherapie > Elk écht paar is een onecht paar pointer Je bent hier

Elk écht paar is een onecht paar.

Over de bedriegers van ons bewustzijn meer bepaald in het kader van echtparen en koppels

Bron: dit artikel is geschreven door Rob Dewulf, psychotherapeut, hier gepubliceerd met zijn toestemming.

Ik zou het met u willen hebben over de bedriegers van ons bewustzijn meer bepaald in het kader van echtparen en koppels
Ik zou willen beginnen met:

  • Suzy , wil jij deze man die naast u staat als echtgenoot accepteren om met hem verder te leven, in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Wilt gij haar liefhebben en waarderen alle dagen van jullie leven.
    En Suzy antwoordt dan: Ja ,ik wil
  • Jan wil jij deze vrouw die naast u staat als echtgenote accepteren om met haar verder te leven, in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en en gezondheid. Wilt gij haar liefhebben en waarderen alle dagen evan jullie leven.
    En Jan antwoordt dan: Ja, ik wil

Met deze woorden uitgesproken in kerk of gemeentehuis begint het leven van menig echtpaar, althans als ze het op een geritualiseerde manier willen zien voltrekken in het bijzijn van vrienden, familie en kennissen.
Een ritueel versterkt de partneridentiteit: het koppel wordt gezien door de ogen van de wereld en het koppel ziet dat de andere ogen hen zien. Hetzelfde gebeurd bij individuen welke hun identiteit wordt versterkt en bevestigd door contact met de medemens zodat men iemand wordt door bij iemand te zijn en het individu zodoende wordt versterkt onder invloed van de ander of de omgeving. Zo is een koppel meer koppel als het een bevestiging en erkenning krijgt: het samen gezien worden op feesten, vrienden en kennissen uitnodigen, samen op een foto gezet worden. Hoe meer bevestiging van de wereld hoe sterker de verbinding of hoe de wereld mee het koppel maakt. De bevestiging van ouders, schoonouders, vrienden en familie gebeurt door het koppel samen uit nodigen, door termen als ‘jullie’ te gebruiken, door beiden aan te kijken als er iets aan hen wordt gevraagd, door geschenken te geven die ‘paargebonden’ zijn … Er wordt geen bevestiging gegeven als er kritiek komt op het paar of op één van hen of als hun keuzes in vraag worden gesteld. Een koppel dat zich daarin niet voldoende kan begrenzen van de buitenwereld krijgt moeilijkheden en problemen. Kortom we hebben het gemakkelijker als paar als we bevestiging en erkenning krijgen van de buitenwereld

Linda is een vrouw van 40, gehuwd met een Zuid-Amerikaanse man en ze hebben samen vier kinderen. Ze hadden relatieproblemen, moeilijkheden met haar moeder en daarbovenop kreeg ze het chronisch vermoeidheidssyndroom. Een paar maanden geleden neemt ze meer afstand van haar moeder en besluit ze om haar een tijd niet meer te zien. Ondertussen gaat ze met haar gezin voor een maand naar de Belgische kust . Ze geniet ervan dat de hele tijd een hele bende vrienden en vriendinnen van haar kinderen over de vloer komen en dat ze terug zoals vroeger kon spelen en zwemmen met haar gezin. Haar man, die een week vroeger terug naar huis moest voor zijn job, stond met de tranen in de ogen om afscheid te nemen van zijn gezin. Het liefst wou hij ook nog een week blijven. Ze had hem in die twintig jaar nog nooit zo emotioneel gezien. Waar zij eigenlijk het meest van genoten had en bijgebleven was, vertelt ze, waren de blikken van de omstanders: de glimlach van haar man en de mensen rondom hen toen ze tijdens het plezier maken met haar gezin rond haar keek. Die blikken vertelden haar: ik ben een goede moeder, ik heb een leuk gezin en ik heb terug een partner.

De omgeving vormde voor die vrouw een spiegel. Diezelfde spiegel werkt oa ook als vrouwen ’s morgens zich opmaken in de spiegel . Bij het in de spiegel kijken om te zien of alles zit zoals het hoort zullen in een fractie van een moment alle denkbeeldige zussen moeders en andere vrouwen meekijken en zeggen dat het goed is. En als er geen spiegel voorhanden is dan zal waarschijnlijk een huisgenoot daarvoor aangesproken worden.
Hetzelfde kom je tegen als mannen een auto of motorfiets kopen: het moment suprème als de koop moet beslist worden kijken alle denkbeeldige mannen even mee om te zeggen dat deze ok is, deze gaat goed bevonden worden.

Laten we eens terug gaan naar het koppel van daarstraks. Na een trouwpartij of bij de eerste momenten van samen wonen van een koppel zullen allerhande perspectieven beginnen te spelen , zoals :

  • hoe ben ik een goede vrouw of man ?
  • wat verwacht ik ?
  • wat verwacht hij van mij ?
  • wat verwacht zij van mij ?
  • wanneer zijn wij een goed koppel ?
  • hoe worden wij gezien als koppel ?
  • enz.

Wat is een goed koppel?

Als ik aan mensen of studenten vraag wat voor hen een goed koppel is: krijg ik de volgende antwoorden:

  • goed communiceren
  • terecht kunnen bij mekaar als het moeilijk is
  • goede seks
  • steun en begrip vinden bij elkaar
  • huishoudelijk werk dat rechtvaardig wordt verdeeld
  • de nodige vrijheid hebben om hobby’s en sport te doen
  • vrienden en vriendinnen te kunnen zien
  • afspraken maken en die worden nagekomen
  • humor
  • vriendschap…enz, enz.

Allemaal logische en volkomen menselijke voorwaarden maar wat belangrijk en opmerkelijk is bij al deze dingen die worden opgenoemd: al die dingen hoeven er eigenlijk allemaal te zijn: Allemaal ? Ja liefst allemaal. Dan pas is het een goede relatie.

Blijkbaar stellen we zeer hoge eisen en leggen dus de lat zeer hoog op het gebied van samenleven zonder eigenlijk ervaring in hebben om te weten hoe dat allemaal moet georganiseerd worden. We gaan samenleven aan de hand van beelden die we hebben opgeslagen: thuis, bij vrienden, uit film en literatuur. Beelden die soms eerder een ideaal geven van hoe het zou kunnen zijn, beelden van andere koppels van hoe ze met mekaar omgaan en het onderlinge leven organiseren, beelden van wat ze met elkaar doen. Diezelfde beelden gaan een referentie worden over onze kijk op een relatie. Telkens zijn deze beelden slechts fragmenten van een andere relatie en zijn ze misschien maar een één miljoenste deel van de werkelijkheid waarin een ander koppel leeft. Een groot deel van deze beelden komt natuurlijk ook van hoe onze ouders met elkaar hebben geleefd. Ook deze beelden zijn maar een fractie van wat de werkelijkheid inhoudt. We spreken hier dan van een partnerbeeld : een beeld van hoe een bepaald koppel leeft en we kunnen deze term vergelijken met de term ‘zelfbeeld ‘ Op het partnerbeeld dat thuis is gevormd kunnen we ook reageren met: ‘zo wil ik het later zeker niet doen’: in eerste instantie willen dan het tegengestelde van wat we denken gezien te hebben en wij weten allemaal wat er gebeurt als we proberen het anders te doen dan onze ouders :’dan krijgen we nog meer van hetzelfde’ , zou Paul Watzlavick zeggen. Aangezien we aangewezen zijn op hetgeen de wereld ons laat zien en daarop onze beelden vaststellen worden we ook bedrogen door deze beelden , de referentie wordt kwalitatief hoog gezet en het kan alleen maar slechter gaan in de praktijk.

Dit geldt ook voor ons therapeuten en hulpverleners.

Salvador Menuchin vertelt in zijn boek ‘het helen van relaties’ dat cliënten de gewoonte hebben het verhaal te worden dat ze vertellen. Als het geheugen spreekt , vertelt het een verhalende waarheid, die meer invloed gaat krijgen dan de historische waarheid. De feiten die een therapeut worden voorgelegd zijn voor een deel historische waarheid en voor een deel constructie. De constructies die de gezamenlijke waarheid van een echtpaar worden, vertegenwoordigen wederzijds inzicht en gedeelde vooroordelen, waarvan sommige hoopgevend en nuttig zijn, maar andere niet. Tot daar Menuchin
Vandaar ook de misschien wat moeilijke titel van deze voordracht:’ ieder échtpaar is een onecht paar‘ of ieder voorbeeld of idee van een koppel is eigenlijk maar een fractie of een vervorming van de werkelijkheid rond dit koppel.

Naast deze beeldvervorming komt er ook nog beeldprojectie voor. Het onvolledige beeld wordt dan geprojecteerd op de partner. Ik heb een beeld van iets dat zou moeten zijn ik leg het naast het beeld van wat ik zie en merk dat dit niet overeenkomt. Eigenlijk maken we door dit te zeggen onze partners onvolledig .Mensen komen in echtpaartherapie en zeggen bvb over hun partner ‘hij doet dat niet ‘,’ zij wil dat niet’. De niet-taal drukt uit dat er eigenlijk meer zou moeten zijn. De partner mankeert iets , heeft te veel of te weinig en voldoet niet aan het eigen valse beeld.
Vb mijne man babbelt niet met mij , mijn vrouw ziet mij niet graag meer, hij doet niets in huis , zij geilt andere mannen op, hij kan niet strijken, zij neemt geen initiatief, we gaan nooit weg
Laten we eens een voorbeeld naderbij bezien:

‘Mijne man babbelt niet met mij’, vertelt Annemarie
‘Heeft hij dan een spraakgebrek, mevrouw ?’ ( om met een ironische ingang te beginnen(
‘Nee ‘, zegt ze lachend, ‘hij zegt niets tegen mij’
‘Is hij dan in staking of is hij kwaad ofzo, mevrouw ?‘
‘Nee , hij is zone stille, hij zegt niet veel. Ik wil altijd maar babbelen, maar hij zegt niets terug.’
We kunnen hier allerlei ingangen bewandelen laten we hier kiezen voor het interactieve: het proces tussen deze mensen:
‘Is hij altijd zo stil geweest ?’
‘Nee, vroeger babbelde hij veel meer met mij .’
Blijkbaar was het vroeger anders en bezat haar man dus wél de mogelijkheden om te babbelen met zijn vrouw.
‘Zou het kunnen dat uwe man wat stiller is geworden omdat u zoveel babbelde
of dat hij denkt ik zal wat minder babbelen dan kan mijn vrouw wat meer babbelen,
of zou het misschien een protest kunnen zijn van uwe man omdat hij vindt dat u wat teveel babbelde?’
Op deze manier wordt er naast de oorspronkelijke betekenis van ‘een stille man’ waarvan de vrouw eerder het idee heeft dat haar man iets mankeert of misschien iets express doet naar een verbreding van verschillende betekenissen die leven brengen tussen twee mensen.
Wij gaan het bewustzijn van deze vrouw proberen op deze manier verruimen. Deze vrouw gaat er misschien van uit dat een goed echtpaar veel moet babbelen met mekaar. Dit is waarschijnlijk een sociaal perspectief. We kunnen dat bvb achterhalen door haar de vraag te stellen:
‘Hoe komt u daarbij om te denken dat jullie veel moeten babbelen ?’
Dan krijg je dikwijls een antwoord in de trant van:
‘ja, dat moet toch, dat zeggen ze toch allemaal’
Hier komen dan de sociale perspectieven kijken.
Een andere mogelijkheid is te gaan vragen naar anderen die in het hetzelfde schuitje zitten: ‘ken je nog andere vrouwen die hun man ‘ook niet babbelen’.
Hiermee krijg je twee effecten : je verbindt mogelijk deze vrouw met andere vrouwen met die met hetzelfde probleem te zitten en ze komt op deze manier niet alleen meer te staan en daarbij bestaat de kans dat dit probleem wat meer normaler wordt in haar ogen.
Vroeger en misschien nu nog trapte men wel eens in de val om in dit geval mee de man te willen gaan veranderen . De therapeut ging mee in de gedachtegang van de vrouw dat deze man wel iets mankeerde en dus aanvullende dingen moest gaan doen zoals in therapie gaan of assertiviteitscursussen volgen. We pogen hier meer het bestaande te herkennen, te erkennen en meer de nadruk te leggen op manieren te zoeken hoe ze voortaan met haar man kan omgaan.
Nog een andere mogelijkheid:
‘Wat zou u dan graag horen of weten van uwe man ?’
Vrouw: Ik weet eigenlijk niet of hij mij wel graag ziet !
En volgens u hoor je dat tegen elkaar te zeggen ?
Zou het kunnen dat hij dat op een andere manier laat zien ?
Vrouw: Mm ?
Zou het kunnen dat hij dat laat zien door dingen voor u te doen ?
Zei onze collega Boszormenyi-Nagy niet dat liefde meestal niet in woorden wordt uitgedrukt maar door dingen voor elkaar te doen ?

In een studie werd aan gelukkige en ongelukkige stellen gevraagd om een conflict te bespreken. Een van de partners was echter heimelijk door de onderzoeker gevraagd om extra positief of negatief te zijn gedurende de discussie. Later werd aan de nietsvermoedende partners gevraagd waarom ze dachten dat hun echtgenote zo positief of negatief was.

  • Partners in gelukkige huwelijken zochten de reden voor een negatieve houding van de ander in externe oorzaken ‘ ze voelt zich waarschijnlijk niet zo goed’ terwijl partners in ongelukkige huwelijken de negatieve houding van de ander als een bestaande zwakke plek in het karakter zagen ‘ zo is ze altijd ‘
  • Ongelukkige partners zagen positieve opmerkingen van de ander als het resultaat van externe omstandigheden ‘ hij moet vandaag in een goede bui zijn ‘en niet als uitvloeisel van hun persoonlijkheid. Hoe gelukkiger u bent hoe vaker u uw partner u het voordeel van de twijfel gunt. En hoe ongelukkiger u bent , hoe meer u twijfelt aan de goede kanten van uw partner.

Een ander fenomeen (effect) van de ‘lat steeds te hoog te leggen’ is tweeërlei: het niet meer zien van wat er is en wat ze wél hebben en het niet meer zien van wat er wordt gedaan voor mekaar : het negeren van de inzet .
Aangezien de lat hoog wordt gelegd zien partners met problemen de dingen niet meer die wel goed gaan met elkaar deze worden alledaags of vanzelfsprekend. De aandacht wordt verlegd naar het niet-aanwezig zijn van iets. Weerom komt het bedriegen van zichzelf naar voor.

Een koppel komt op gesprek. Louis en Maria hebben twee kinderen van 4 en 6 jaar. Zij is een 3/4timewerkende moeder en doet voor de rest het huishouden en neemt de zorg voor de kinderen op. Hij vertrekt vrij vroeg naar Kortrijk en is ’s avonds pas om 8uur thuis. In de mate van het mogelijke doet hij ’s avonds nog huishoudelijke dingen of iets met de kinderen. Hij klaagt dat zijn vrouw niet consequent is met de kinderen , ze gooit regels overboord en ze is niet assertief naar haar moeder toe want ze brengt er veel te veel tijd mee door. Het minste dat ze de neus van de buurvrouw ziet hangt ze samen met haar over de haag voor meer dan een uur. Zij klaagt dat hij alles zo brutaal zegt als hij iets tegen haar te zeggen heeft, hij is bazig en is altijd maar weg , hij weet niet wat huishouden is….

In het gesprek verdedigt ze zich voortdurend door te zeggen wat ze allemaal doet , hoe ze de dingen thuis organiseert. Ik zie en hoor dat hij dat niet luistert naar haar en dat hij blijft zeuren over het gedrag van zijn vrouw.
Na twee gesprekken heb ik een kwartier voor het einde van het gesprek mijn visie verteld van wat er thuis gaande is. Mijn bedoeling hiermee is de vrouw en de man te verbinden met andere vrouwen en mannen, de betekenissen te verruimen , erkenning te geven voor de last en voorts de partneridentiteit te versterken.

(Ik keer me naar de vrouw toe)’ Ik hoor, mevrouw, dat u veel tijd besteedt aan het huishouden en dat u in de week het grootste deel van de tijd met de kinderen bezig bent en dat u om u wat te ontspannen graag eens met de buurvrouw en uw moeder gaat babbelen. Werk thuis doe je meestal alleen en dat wordt daardoor door niemand gezien. Huishouden wordt nog al te dikwijls ondergewaardeerd tegenover ander werk en daarvoor is het goed dat vijftig jaar geleden vrouwelijke collega’s van u zich zijn gaan emanciperen zodat ze ook waardering zouden krijgen voor het werk dat ze deden en tevens zijn ze ook meer buitenshuis gaan werken.’
(Ik keer me naar de man toe)’:En, u meneer ,u moet elke dag heel vroeg vertrekken met uw auto naar het werk, u staat ’s morgens en ’s avonds in het totaal drie uren in de file , een groot deel van uw dag besteed u aan het kostwinnerschap. U kan ’s morgens uw kinderen praktisch niet zien en ’s avonds moet u tevreden zijn als u de kinderen nog net in bed kan stoppen. Misschien mist ge daardoor een stuk uw gezin. U vertelt mij ook dat uw werk vrij zwaar is, dat u een moeilijke baas heeft die u niet begrijpt en dat u soms moet optornen tegen heel veel werk. Ik vermoed dat weinig mensen zien welke moeite u dat elke keer kost om al vijf jaar lang dagelijks op deze manier te gaan werken.
( Naar het koppel toe zeg ik): ‘Jullie zetten zich beiden in voor jullie gezin maar er zijn maar weinig mogelijkheden dat anderen dat kunnen zien. Daardoor zijn jullie wat geïsoleerd gekomen en ook wat ontgoocheld geraakt in mekaar’.

Ik zag ze beiden in mijn ooghoeken knikken en wat achterover zitten. De defensieve houding naar elkaar toe was verdwenen. Ik gaf ze geen huiswerk mee. Wat moesten ze trouwens nog meer gaan doen , ze deden al genoeg voor hun gezin en elkaar. De volgende week kwamen ze terug en hadden in de loop van de week blijkbaar meer aandacht voor elkaar gehad , ze hadden elkaar meer bevraagd van hoe het zoal geweest was die dag. Ze hadden nog maar kleine ruzies gehad over onbenulligheden en deze waren vrij vlug opgehouden.
Weten dat iemand iets opmerkt van jou , dat je gezien wordt , doet iemand groeien in zijn rol of functie. De ‘spiegel’ van de therapeut is dikwijls het allereerste moment dat het koppel terug door de buitenwereld wordt gezien, dat er terug reflecties komen.
Als de spiegel werkt… …werkt het koppel.
Het is dan ook nodig om in verdere gesprekken het koppel verder te verbinden met de wereld.
We kunnen ook het verborgen pleidooi horen naar de man toe om wat meer op te komen voor zijn inzet als kostwinner. Mannen denken dikwijls dat moeilijkheden op het werk niet thuishoren in het gezin en willen daardoor niet meer problemen binnenbrengen. Sommige vrouwen zien ‘uitwerken gaan van de man’ nog altijd als van ‘ja, hij is weg zijn en ik zit met de zorgen van het huis en de kinderen’; Op deze manier gaan zowel vrouw als man mekaars inzet voor elkaar en het gezin negeren. Dikwijls wordt inzet verward met ‘moeten inleveren’. Als inzet niet meer wordt gezien dan komen we alleen te staan . Onze eeuw van het individu heeft nog nooit zoveel eenzame mensen gemaakt.

We hebben het nu gehad over de lat te hoog te leggen, het achterhalen van hoe dat komt, het erkennen en het naar boven halen van de inzet van een koppel, het duiden van wat het koppel heeft aan positieve gebieden en het verbinden met andere koppels blijken zeer belangrijke elementen zijn in echtpaartherapie.

En de andere bedriegers en mythes:

Ik wil het nu verder hebben over andere bedriegers: over enkele mythen die nog altijd en wijdverbreid als waarheden de wereld rondgaan rond.

De eerste grootste mythe is dat communicatie

en meer in het bijzonder leren om je conflicten op te lossen vanzelfsprekend leidt tot romantiek en een duurzame, gelukkige relatie. Welke school of boek je ook tegenkomt steeds is daar de basisregel: leer meer en beter te communiceren. Uit welke school de relatietherapeut ook komt, of je nu kiest voor een lange of korte therapie of je een gesprekje voert van drie minuten naar de hulptelefoon ,steeds is de boodschap die je ontvangt: leer om beter te communiceren. Koppels wordt dan geleerd om conflictvermijdende regels te hanteren en onderlinge verschillen te bekijken vanuit elkaars gezichtspunt. Ze proberen zo goed mogelijk actief te luisteren en de boodschap te achterhalen,
Studies in Amerika en Duitsland wijzen uit dat conflicthanterende middelen leren aan echtparen maar in 35 % van de gevallen succes heeft en dat deze groep na een jaar nogmaals wordt gehalveerd als het gaat om de vraag of ze er nog iets aan gehad hebben.
Echter bij de meeste koppels die een conflict hebben maken beide partijen zich op om als winnaar uit de bus te komen. Ze concentreren zich zo op hun gekwetste gevoelens en zijn zo druk bezig om aan te tonen dat zij het bij het rechte eind hebben en daardoor de andere fout is en waardoor alle communicatielijnen tussen hen gestoord raken of helemaal uitvallen. Het lijkt dan in eerste instantie heel logisch dat koppels als ze rustig en met begrip naar elkaar luisteren ze wel een compromis kunnen vinden zodat hun relatie terug in een rustiger vaarwater komt. Deze techniek komt dan van onze beroemde collega Carl Rogers die deze gebruikte voor individuele therapie. Door invoelend te reageren komen cliënten in een sfeer van vertrouwen en aanvaarding. En dit is dan ook de locatie van een therapeutische setting. De ene partij vertelt en de andere partij luistert. De therapeut kan deze manier gemakkelijker volhouden omdat hij opgeleid is en door de professionele houding afstand kan bewaren en technieken heeft om begrip te tonen. Deze setting is iets totaal anders dan een ruziemakend koppel. Beide zijn betrokken partij. Beide willen iets uit boot slepen, of dat nu begrip, inzetserkenning of gelijk krijgen is. Beiden kunnen ze moeilijk afstand maken van het proces dat tussen hen twee gebeurt.

Op zo’n manier , schrijft John Gottmann, is luisteren hetzelfde als emotionele turnoefeningen doen op olympisch niveau terwijl sommige koppels hun relatie op dat moment nog maar net op de been kunnen houden. Deze techniek en werkwijze is misschien nog maar net te halen door een getrouwd psychologen – of therapeutenkoppel.
Ik zie echtpaartherapie en communicatie meer als een taak van vertalen en het vertolken van wederzijdse boodschappen zodat koppels op deze manier meer beginnen weten van elkaar.

Tweede mythe: er moet evenwaardigheid zijn in het geven en nemen.

Een studie vertelt dat huwelijken en relaties die standhouden niet altijd een fiftyfifty basis te hebben. In een onderzoek van 350 koppels die tenminste 15 jaar bijeen waren zijn de gelukkigste het erover eens dat je bereid moet zijn om er meer in te steken dan je eruit haalt. Op elk moment in een relatie zoals een ernstige ziekte, het verlies of verandering van werk, kan het betekenen dat de ene partner misschien maandenlang 80 procent in het huwelijk steekt. Gelukkige stellen kunnen daarmee omgaan en voelen zich niet in het krijt staan bij de minderbetrokkene partner. Ze vertrouwen erop dat op lange termijn ( maanden of jaren) het geven en nemen weer in evenwicht zal komen. Ontevreden partners daarentegen hebben een ‘oog om oog houding’ , die vrijwel zeker tot grote ontevredenheid leidt. In 1988 bleek dat bij koppels die een houding hadden van ‘ik ben vriendelijk als jij tegen mij vriendelijk bent’ , binnen de vijf jaar gescheiden waren. Investeren is dus meestal lonend op lange termijn. Nog al te dikwijls wordt investeren verward met inleveren (de meest succesvolle beleggingen blijken nog altijd de lange termijn beleggingen te zijn). Het geven wordt verward met iets kwijt spelen.

Derde mythe: door conflicten of ruzie te vermijden maak je je huwelijk kapot.

Door Freudiaanse of Rogeriaanse ideeën is het in onze wereld ter ore gekomen dat je over alles moet praten of dat je alles moet uitpraten. Misschien gaat deze vlieger wel op voor traumatische gebeurtenissen maar zeker niet voor relaties. Paren die merken dat ze voortdurend in ruzie vallen en daardoor zelfs onherstelbare schade aanrichten is het beter dat ze er op dat moment mee stoppen of iets anders doen of iets op zichzelf gaan doen. Het lijkt op niet meer communiceren maar nog altijd gaat de boodschap over van: zo komen we nergens. Beginnende lichamelijke tekens die opgemerkt worden van woede, tengevolge van verhoogde bloeddruk en hartslag, vluggere en kortere ademhaling wat dus tekenen zijn van stress worden dus beter onmiddellijk opgemerkt en zouden een gezond signaal kunnen vormen om iets anders te doen dan het gesprek verder te zetten. Problemen oplossen door proberen te luisteren is op zo’n moment onmogelijk. Praten maakt hier de situatie alleen maar erger. Er zijn geen goede of slechte manieren om conflicten op te lossen zolang de manier waarop beide partners kiezen om ermee om te gaan wordt Ok bevonden.

Vierde mythe: mannen zijn biologisch niet gemaakt voor een vaste relatie.

Biologen beweren nog altijd dat een man van nature uit zijn zaad zoveel mogelijk wil verspreiden omdat dit in de vroegere tijden gewoon noodzakelijk was om zoveel mogelijk vrouwen te bevruchten en kinderen te laten krijgen (oa doordat de kindersterfte ook zeer hoog was). Mannen worden uitgaande van een theorie die misschien 10000 jaar geleden geldig was in de context van 2003 afgeschilderd als rokkenjagers en daarom niet geschikt voor een monogame relatie. Het vrouwtje daarentegen ,volgens diezelfde biologen ,die de veel omvangrijker taak heeft om voor haar jongen te zorgen zoekt slechts één enkele partner die goed is en de nodige bescherming biedt voor haar en haar kinderen..
Maar volgens welke natuurwetten andere soorten zich ook gedragen, bij mensen is de frequentie van buitenechtelijke verhoudingen niet zozeer afhankelijk van sekse als wel van de gelegenheid daartoe. Nu steeds meer vrouwen buitenshuis werken is het percentage buitenechtelijke verhoudingen van vrouwen sterk gestegen. Volgens studies aan de universiteiten van Californië en New York liggen het aantal buitenechtelijke verhoudingen van vrouwen sinds zij massaal de werkplek hebben betreden op dit .moment net iets hoger dan dat van mannen.

Vijfde mythe: een koppel maakt elkaar vollediger, samen zijn we één.

Dit is een geromantiseerde versie van een fabel. Twee halve mensen kunnen samen geen geheel vormen. Samen hebben ze wel een relatie en dus zijn ze eigenlijk met drie: man , vrouw en een relatie. We kunnen er niet omheen dat een relatie inhoudt dat je elkaar beïnvloedt. Je krijgt iets complementair. Mijn gedrag is gekoppeld aan het gedrag van mijn partner. Dat betekent dat de handelingen van een paar niet onafhankelijk zijn maar wederzijds worden bepaald ,onderhevig aan een wisselwerking die steunt of polariseert en dit is iets helemaal anders dan ons geloof in deze tijd van het individu dat we zo graag koesteren.( we denken dat we een eigen volledig eigen zelf hebben autonoom en zelfstandig werkend). We worden ons meestal na een tijd ervan bewust dat het huwelijk ons niet vervolmaakt noch dat het iets zou aanvullen wat er ontbreekt. Dat een meer semantisch ingestelde man een gevoelige vrouw zou compenseren of de assertieve vrouw een zachte man zou compenseren daarin komen we bedrogen uit.
Aangezien individuen toch niet helemaal voor 100% verantwoordelijk zijn voor hun eigen gedrag maar dat je voortdurend beïnvloed wordt door elkaar is dit misschien de kracht en tegelijkertijd het absurde van relatietherapie: het zet de werkelijkheid op zijn kop en introduceert een perspectief, nieuwe mogelijkheden en hoop.
En misschien komen we toch ook niet zuiver ‘van Mars of van Venus’ ,van twee verschillende planeten ,en ligt ons gedrag niet alleen in onze genen of persoonlijkheid vast maar ook in onze verbinding met andere mensen.

Jan en Maria zijn een kinderloos koppel. Jaren geleden kregen ze van de dokters te horen dat er lichamelijke oorzaken waren waardoor ze geen kinderen konden krijgen. Maria ging er op haar manier onder gebukt omdat , als ze terug in het ouderlijk huis kwam, er regelmatig het onderwerp kinderen te sprake kwam. Ze voelde zich schuldig tegenover de familie dat zij niet zo ‘normaal’ was als haar zuster die wel twee kinderen had. Jan op zijn beurt kwam niet meer bij zijn ouders thuis. Hij was op zijn 21 het huis uitgegaan en had daarna bijna geen contact meer met zijn familie. Op die manier had Jan niet hetzelfde probleem als zijn vrouw. Het merkwaardige was dat ze beiden op een andere manier met hun kinderloosheid omgingen: Maria vertelde er niets over tegenover haar omgeving. Haar vriendinnen wisten niets over haar gemis en hoorden ook niet wat haar verwachtingen rond kinderen waren. Maar zij had het moeilijk dat haar man dat wel deed. Hij praatte er honderduit over tegen zijn werkmakkers aan de haven. Toen ik hem vroeg wat maakt dat gij dat wel doet antwoordde hij: dat leeft gemakkelijker.
Jan en Maria komen in de problemen doordat ze het verschil in reageren zien als verwijdering en niet begrepen voelen en niet als een gemeenschappelijk omgaan rond rouw en kinderloosheid .

Hoe gesofistikeerd een computer zal worden de basiskern blijft een transistor, hoe gesofistikeerd een brug ook gemaakt zal worden de basis blijft het fundament, hoe gesofistikeerde een organisatie of gezin of ingewikkelde samenlevingsvormen zoals nieuw samengestelde gezinnen en één-oudergezinnen zullen worden de basis blijft de structuur en structuur is niets anders de verbinding. De verbindingslijm van een relatie wordt gevormd door verliefdheid die later wordt omgezet in genegenheid, inzet, weten van elkaar en door impliciete en expliciete regels.

En we eindigen weer in de kerk of gemeentehuis:

Beste Suzy en Jan :
Wil jij deze man of vrouw die naast jou staat wetende dat jullie kort of lang met mekaar zullen leven
en dat je er eigenlijk niet voor opgeleid bent
en dat je dat allemaal zelf zal moeten uitzoeken
en er momenten zullen komen dat de verschillen tussen jullie beiden misschien zelfs heel groot zullen zijn
en dat als er kinderen komen jullie relatie wat onder druk zal komen te staan omdat je een nieuwe rol als moeder of vader zal krijgen
en dat jullie je hard zullen inzetten en dat zoiets niet altijd zal gezien worden .

En Jan en Suzy kunnen dan antwoorden:
‘ja, dat willen we proberen’.

©Rob Dewulf

Literatuur:

‘Ik zeg dit alleen omdat ik van je hou’ Deborah Tannen
‘Je begrijpt me gewoon niet’ ( idem)
‘De praktijk van de gezinstherapie ‘ Peggy Papp
‘De zeven pijlers van een goede relatie’ John Gottmann
‘XY’ Elisabeth Badinter
‘Het helen van relaties’ Salvador Menuchin
‘Samen in therapie’ Peter Rober

Bron: Rik Dewulf

Kostprijs en een afspraak maken.

  • Relatietherapie wordt berekend aan € 90, - per sessie. Een sessie duurt 1 uur en 25 minuten.
  • Individuele therapie wordt berekend aan
    • € 50, - voor een sessie van 55 minuten
    • € 75, - voor een sessie van 1 uur en 25 minuten

De gesprekken kunnen 's avonds plaats hebben of overdag. Waar ? Kapellebaan 31, bus 6, 2de verdieping, 2590 Berlaar. Wegbeschrijving.

Voor een afspraak bel op 0473 99 51 80 en vraag naar Luc Duprez.