Home > Methodieken > SORC pointer Je bent hier

SORC analyse

  • De behandeling van (niet gewenst) gedrag kan je best starten na een grondige exploratie van dit gedrag aan de hand van het het S-O-R-C [situatie-organisme-reactie-consequenten] schema, waarin zowel de situationele, cognitieve en affectieve antecedenten als de consequenten (bekrachtigers en bestraffers) van het (niet-gewenst) in kaart worden gebracht.
  • Voorbeelden niet-gewenst gedrag: foutief eetgedrag, of drinkgedrag, zelfverwonding, middelengebruik, seksuele of agressieve delicten, ...
  • Hieronder enkele voorbeelden van zo'n SORC-schema:

  • Voorbeeld 1. Zelfverwonding: een S-O-R-C analyse van Lieve's snijgedrag.

    Situatie Organisme Reactie Consequenten
    Op welk tijdstip van de dag kwam het voor?
    's Avonds (+/- 20u.)

    Waar was je?
    Op mijn kamer

    Met wie was je?
    Alleen

    Wat was je aan het doen juist voor het probleem-gedrag zich voordeed?
    Telefoneren met partner en ruzie gemaakt

    Wat voelde je in die situatie voorafgaand aan het  probleemgedrag?
    Spanning, kwaadheid op mezelf, verdrietig, in de steek gelaten

    Wat dacht je in die situatie voorafgaand aan het probleemgedrag?
    Ik ben niks waard, niemand moet mij hebben, ik moet mezelf pijn doen

    Wat deed je en waarom deed je het?
    Ik sneed mezelf in de linker bovenarm met een scheermesje omdat ik fysische pijn wilde voelen in plaats van psychische pijn en als vervangmiddel van zelfmoord.
    Wat voelde je nadien?
    Opluchting

    Wat dacht je nadien?
    Ik had meer en dieper moeten snijden

    Wat deed je nadien?
    Ik liet mijn wonden verzorgen en ging naar de leefruimte

    Wat deden de anderen nadien?
    Verpleegster verzorgde wonden en medepatiënten kwamen me troosten.


  • Telkens het (niet-gewenst) gedrag zich voordoet , wordt zo'n schema ingevuld door de cliënt.
  • Deze schema's worden samen door de therapeut en cliënt doorgenomen.
    • Situatie (S): Eerst worden dan de situatiekenmerken onderzocht. Wat zijn de stressoren (triggers), objectief, subjectief, enz. Voorbeelden: ruzie met vriend(in), alleen zijn, ...
    • Organisatie (O): wat is je persoonlijke interpretatie, waardoor je op de situatie op een bepaalde manier gaat reageren (zodat je van S naar R gaat). Wat zijn de affectieve (voelen) en cognitieve (denken) antecedenten van het niet-gewenst gedrag. Voorbeelden van gevoelens: angst, spanning, verdriet, kwaadheid (op zichzelf en op anderen), eenzaamheid enz. Voorbeelden van gedachten: ik ben niets waard, ik ben niet meer aantrekkelijk, ik ben een mislukking, ik moet mezelf straffen, zelfkritiek, het perfecte kind, ...
    • Reactie (R): wat deed je en wat is de functie ervan, wat is het nut ervan om zo te reageren, waarom deed je dat? Voorbeelden: om de spanning te verminderen, omdat ik de gedachte of de pijn wil vergeten, om te ontspannen, om aandacht te krijgen van anderen, een tendens om mezelf af te breken, om erger te voorkomen, ...
    • Consequenten of Context: bekrachtigers en bestraffers; wat zijn de gevolgen van al het voorgaande op mijn omgeving; welke nieuwe stimuli worden daardoor opgeroepen. Voorbeelden ziektewinst, ik krijg extra aandacht, ...

  • Voorbeeld 2: delictgerelateerde en problematische gedrag van een jongere Theo

 

 

tijd en plaats

S:

wat ging
aan het
gedrag
vooraf

O:

gedachten,
emoties,
verwachtingen,
motivatie

R:

gedrag

C:

gevolgen,
positief,
neutraal en
negatief

Theo: Ik liep om 1
uur ‘s nachts met 3
vrienden over straat.

We zagen een
stoeptegel
voor een
winkelruit
liggen. Bart
zei tegen mij
‘smijt die
tegel man!’.

Ruzie met mijn
ouders, ik was het
huis uit gelopen
en had ook wiet
gerookt.

Ik smeet de
stoeptegel
door de ruit
en we renden
weg. We
hoorden de
man van de
winkel
schreeuwen.

Het was een kick
en Bart vindt mij
nu een toffe gast.
Ik dacht, die man van de winkel is
wel verzekerd.
Die man had mij
herkend en ik
werd door mijn
ouders en de
wijkagent uit bed
gehaald. Ik stond
goed voor schut.

Opmerkingen therapeut :
‘s Nachts, met
vrienden, zonder
supervisie door
ouders of positieve
rolmodellen.

Mogelijkheden
op straat voor
vandalisme /
vernieling.
Aanmoediging
door vrienden.

Jongere heeft
thuis conflicten en
loopt dan weg.
Krijgt van
vrienden wiet om
te kalmeren.
Wil stoer
gevonden
worden.

Vernieling.

Kick.
Status bij vrienden
(Bart)
Rationaliseren.
Schaamte
tegenover ouders.
Politiecontact

  • Ga na wat de winst van het gedrag (C) is. Dit is namelijk niet altijd duidelijk. Enkele voorbeelden:

    • Een time-out voor een autist lijkt een straf, maar het is een beloning.
    • Een jongere die zich in detentie (of op straat) verveelt, kan onrust gaan stoken. De negatieve aandacht die hij daarmee krijgt, is nog altijd beter dan verveling. Het is een beloning.
  • In de behandeling nadien wordt eerst stilgestaan bij het hier-en-nu, en nadien kan indien nodig mogelijke verbanden worden gelegd met vroegere ervaringen. Bepaald ongewenst gedrag kan gezien worden als onrechtstreekse lichaamstaal: het is een nog niet rechtstreeks kunnen omgaan met overweldigende emoties.
  • Daarom is het belangrijk eerst de hier-en-nu gevoelens te leren beheersen. Hoe kan ik omgaan met de actuele situatie en de bijhorende gevoelens. Nadien kan ik teruggaan in de tijd, en kijken of er bepaalde herinneringen aan pijnlijke ervaringen in het verleden een invloed op mijn huidig gedrag en manier van reageren.
  • Stappenplan:

    1. Van 'beheerst worden' naar 'gevoelens beheren'

      Berspreken en beschrijven van je gevoelens, van je gedrag; je mag nog steeds op het ongewenste gedrag terugvallen.
      Zijn er alternatieven, kan ik anders reageren? Welke alternatieven zijn er, en deze uittesten.

      bullet ontlading : sport, fietsen, lopen, dansen, touwtje springen, huishoudelijke taken, klusjes, tuinieren, ...
      bullet ontspanningstechnieken: autogene training, spierontspanningsoefening van Jacobson, en dgl
      bullet afleiding zoeken : kruiswoordraadsel invullen, breien, met klei werken, videospelletje, puzzelen, tv-kijken, muziek luisteren, koud water over handen of voorhoofd…
      bullet jezelf verwennen : massage, bad, zonnebank, leuk kledingstuk aandoen, haar opsteken…
      bullet sociale activiteit opzoeken : wandelen met iemand, gezelschapsspel spelen, bij een groepje gaan zitten...
      bullet praten over wat moeilijk was : dagboek, brief schrijven, telefoon of email, msn, chatten, aankloppen bij iemand…
      bullet oplossingen zoeken: huishoudelijk verdelen met partner, ...

      Een belangrijk thema is grenzen trekken en bewaken. Men kan daarbij gebruik maken van een time - out. Dat kan ook belangrijk zijn als een gesprek in een therapiesessie te zwaar wordt. Cliënten kunnen leren om via een geleide fantasie-oefening of visualiastie te ontsnappen naar een 'veilige plek' in hun verbeelding: een strand, de bergen, een riviertje, een plek waar ze tot rust komen.
      Het is eveneens eerg belangrijk te leren omgaan met kwaadheid. Nogal wat mensen gaan hun kwaadheid 'letterlijk' opeten (of wegeten).

    2. Exploratie van gevoelens die aanleiding geven tot ongewenst gedrag (SORC - analyse)

      Als men eenmaal genoeg controle en beheersing heeft, kan men bepaalde triggers zelfs gaan opzoeken, en daarbij het nieuwe aangeleerde alternatieve gedrag (met spanningsvermindering) gaan gebruiken.

    3. Exploratie van gevoelens en gedachten na ongewenst gedrag

      Wat is de functie van dat ongewenst gedrag (voorbeelden: ontspanning, aandacht, prikkeling, bestraffing, onzekerheid vermijden). Soms spreekt men ook over ziektewinst of wisntd at dit gedrag meebrengt:
      Men kan o.m. 3 soorten ziektewinst onderscheiden:

      • primaire winst: je vermijdt iets. Door dit gedrag heb je een alibi om problemen, een keuze of een situatie uit de weg te gaan. Het is een soort vlucht.
      • secundaire winst: je krijgt iets. Voorbeelden: door dit gedrag krijg je aandacht, verzorging, een uitkering, vrijstelling van arbeid, of van verantwoordelijkheid, ...
      • tertiaire winst: het syteem rondom je wint iets; bv je partner kan je dan verzorgen, en voelt zich daardoor beter, ...

        Hieruit kan ook blijken dat dit ongewenst gedrag sterk bekrachtigd wordt en daardoor moeilijk te stoppen is. Dit geldt zeker voor de impulsieve gedragingen waarbij de beloning op korte termijn (opluchting, afleiding) veel sterker is dan de negatieve gevolgen op langere termijn (schuld, schaamte, pijn, littekens). 'Waarom wil ik er van af ?' is dan ook een zeer gepaste vraag. Als een cliënt hierop niet goed kan antwoorden kan het soms helpen om te vragen hoe zij een nieuw groepslid of een goede vriend zou kunnen overtuigen om te stoppen met ongewenst gedrag.
        Als iemand echt bereid is het ongewenst gedrag definitief te stoppen, en ook ruimschoots oefende in gebruik van alternatieven, kan een afscheidsritueel gewenst zijn. Iemand doet dan op symbolische wijze afscheid van het destructieve gedrag (bv. door de symbolische voorstelling van het ongewenste gedrag in een vijver te gooien met stenen verzwaard zodat het nooit meer terugkomt).

    4. Exploratie en bijsturing van reacties van omgeving

      De omgeving kan zowel afwijzend, geschokt, boos, betuttelend als overbezorgd reageren op ongewenst gedrag. De cliënt voelt zich dan niet begrepen, en kan opnieuw hetzelfde gedrag uiten. Ook als de cliënt bvb ziet dat hij daardoor extra aandacht krijgt.

    5. Zelfzorg en zelfverantwoordelijkheid centraal stellen

    6. Voorbeeld: leeg SORC formulier

 

 

Bron: vzw Mandala

Kostprijs en een afspraak maken.

  • Relatietherapie wordt berekend aan € 90, - per sessie. Een sessie duurt 1 uur en 25 minuten.
  • Individuele therapie wordt berekend aan
    • € 50, - voor een sessie van 55 minuten
    • € 75, - voor een sessie van 1 uur en 25 minuten

De gesprekken kunnen 's avonds plaats hebben of overdag. Waar ? Kapellebaan 31, bus 6, 2de verdieping, 2590 Berlaar. Wegbeschrijving.

Voor een afspraak bel op 0473 99 51 80 en vraag naar Luc Duprez.